Op (de) tocht door gespannen leefruimtes; over onze soms ongelijke relatie met dieren

Gepubliceerd op 10 september 2021 om 11:10

De Werkgroep Maatschappij van het Centrum voor DierMens Studies wendt zich maandelijks tot onderzoekers uit het veld, op zoek naar bijzondere verhalen over dier-mens relaties.

Door Sander Bauer

 

Met de vakantieperiode in volle gang komen er altijd enkele verzoeken om op achterblijvende bewoners te passen. Voor een typische Ace Ventura is dat geen probleem, net zoals de dierenliefhebber uit Hollywood, subliem vertolkt door Jim Carrey, kan ik ook prima met snuiters van diverse pluimage overweg. Tegelijk leidt een tijdelijk samenlevingscontract met twee valkparkieten in de huiskamer tot een reflectie op kwesties waar je als terrariaan (een specialist in de terrariumkunde) weinig mee in aanraking komt. Een prima moment dus om naar de balans te zoeken.

 

Als kind droeg ik een enigszins geromantiseerd beeld bij vogels. Zo waren mussen altijd vrolijk en als je een ekster kon bevrienden dan zou die misschien wel sieraden voor je stelen. Nu ik wat ouder ben, zijn de ideeën van een eigen vogelleger ruimschoots vervlogen en vraag ik mij vooral af of een volgende opmars van de buxusmot niet opnieuw zal leiden tot massale vergiftiging van de koolmees.

 

Toch blijken niet al mijn jeugdige herinneringen onterecht. Vogels kunnen nog steeds opmerkelijk veel poepen en in de huiselijke omgeving kom je er snel achter dat zij ook op andere manieren vragen om hun eigen vorm van samenleven. Zo stellen de vliegende dames het als voorwaarde om de boekenkast weg te beitelen, iets waar ik volgens de menselijke bewoners snel op moet ingrijpen. Ook is er een houten stoel waar ze regelmatig plezier op maken, zo valt af te lezen uit de strepen welke zich diep in het laminaat hebben geëtst. Ik voel me dan eigenlijk geneigd om het huis een dieptereiniging te schenken, maar ik heb ook nog een eenmanszaak welke om aandacht vraagt. Een stevige poetsbeweging met het schrobbertje van de stofzuiger moet voorlopig dan maar volstaan.

Foto door auteur

Uit deze situatie, waarbij dier en mens elkaars leefruimte opeisen, klinkt een roep tot wat hobbyfilosofie. Zoals gebruikelijk is in de terrariumkunde, hebben de geleedpotigen en geschubden bij mij thuis een apart ingerichte ruimte voor zichzelf en is van toegeëigend meubilair geen sprake. Door de huidige belemmering om de woonkamer nog met blote voeten te betreden, stoor ik mij nu opeens aan de aanwezigheid van dieren. Doordat diverse vogelkeutels mij nu belemmeren om de woonkamer nog met blote voeten te betreden, stoor ik mij opeens aan de aanwezigheid van dieren. Dit verloopt min of meer zoals Colin Jerolmack al beschreef in zijn boek The Global Pigeon, waar hij aangeeft dat wij dieren vooral indirect demoniseren door de van hen afkomstige producten een negatieve gevoelswaarde toe te kennen. Een uitstapje in een ruimte met zachte uitwerpselen biedt immers een vrij onaangename ervaring, waarmee de term kakvogel toch enigszins aan kracht dreigt te winnen. Anderzijds levert een millennial welke koffie slurpt als motorolie vast ook geen aangename dagbesteding voor de oorspronkelijk bewoners. Twee Australische parkieten.

 

Een tweede gewaarwording is hoe wij als verschillende diersoorten ondanks een rommelige eerste indruk toch de verbinding blijven opzoeken. De gevederden speuren vanaf de organisch versierde boekenkaften naar wat verloren broodkruimels en voor mij is de verleiding tot voederen onweerstaanbaar.  De twee gevederden lijken bijna genetisch geïnstrueerd om vanaf de boekenplanken naar verloren broodkruimels te speuren en voor mij is de verleiding tot voederen onweerstaanbaar. Ik besluit om aan dit gevoel toe te geven en net als de gekko's thuis eten beiden vogels ondertussen in alle rust uit de hand. Terwijl de zaden knarsend tussen hun kromsnavels verdwijnen, dringt een ongemakkelijke vraag zich op. Is dit nu het teken van een vreedzaam samenleven of slechts een uiting van menselijke dominantie?

 

Het lijkt alsof zich een gevoel van superioriteit ontplooit zodra niet-menselijke dieren doen wat wij van hen willen. De halfnaakte aap welke het vuur en de smartphone leerde gebruiken, bewijst zichzelf daarmee immers weer de onbetwiste heerser van het dierenrijk. Ik vergelijk dat met de discussies waar het begrip etniciteit een hoofdrol krijgt. Zolang 'anderen' voldoen aan onze ongeschreven gedragsregels en daarin hun plaats kennen, zijn er geen drempels om nader kennis te maken met andere culturen. Zodra de exotische soort ons territorium actief binnendringt, slaat dat beeld echter om en ontstaat een behoefte aan dwang en strikte controle. Zo blijkt nu ook weer uit de Afghaanse vluchtelingen welke zelfs in een religieuze gemeente als Ede de Hollandse smeltkroes van culturen niet altijd een warm onthaal kregen.

 

In het samenleven tussen dier en mens schuilt dus nog immer een geromantiseerd en antropocentrisch perspectief, waarin de emotionele waarde die wij aan dieren toekennen ons tegelijk de zeggenschap lijkt te geven om steeds dieper in hun fysieke en mentale territorium op te rukken. 

 

In het samenlevingscontract tussen dier en mens schuilt dus nog immer een geromantiseerd antropocentrisch perspectief, waarmee wij onszelf het fysieke territorium en mentaal welbevinden van niet-menselijke dieren voortdurend toeëigenen. Niet alleen de Amazone valt aan dit paradigma ten prooi, wij zien het ook terug in het debat rondom grote grazers waar zelfs de Schotse Hooglanders moeten voldoen aan ons ideaalbeeld als knuffeldier.

Niks dierlijks is ons vreemd. Het beste besluit lijkt dan ook om naar elkaar toe te leven en ons vanuit soortsoverstijgende naastenliefde te beroepen op een kwestie van nemen en geven.

Foto door auteur

* Omwille van multispecies privacy zijn aan dit artikel geen foto's van niet-menselijke dieren toegevoegd.

 

  Haiku;

vogel glijdt door lucht

serpent bekruipt gladde steen

in het samenleven hier

 

Sander Bauer is grassroots beleidsdeskundige, zelfstandig adviseur voor GreenLeap Consultancy en trendsetter in de niet-commerciële omgeving van exotische gezelschapsdieren. In zijn publicaties brengt hij dierlijke identiteiten en natuurlijke behoeftes naar de voorgrond.

Reactie plaatsen

Reacties

Arjan Onderdenwijngaard
3 jaar geleden

Ik heb jaren samengeleefd met twee vrij rondvliegende valkparkieten. Ja, het zijn knabbelaars die boeken en houten meubelen etc. bewerken tot mooie rafelranden en vrije sculpturen. Een doek(je) over de dingen leggen die ze absoluut niet mogen aanvreten is de oplossing. Verder rustig hun gang laten gaan. Wij hadden vloerbedekking, dus trappen in nattigheid was er niet bij en na een a twee dagen opdrogen was al die vogelkak zo opgezogen. Valkparkieten zijn (h)eerlijke huisgenoten. het is inderdaad een kwestie van geven en nemen, zoals in ieder goed huwelijk :-)